De invloed van immigratie op de lonen in Amsterdam en Rotterdam; De substitutiethese getoetst in twee stedelijke contexten
In dit artikel wordt de substitutiethese – het idee dat immigratie de lonen van de gevestigde bevolking drukt – gecontextualiseerd naar stedelijke economie. De verwachting dat een sterk ontwikkelde dienstensector neerwaartse loondruk door immigratie afzwakt, wordt vervolgens onderzocht door postindustrieel Amsterdam met industrieel Rotterdam te vergelijken. Er wordt geconcludeerd dat de bevinding van Zorlu en Hartog (2005) dat immigratie leidt tot neerwaartse loondruk op de lonen van laag opgeleide autochtonen in Nederland als geheel, waarbij concurrentie tussen migranten en autochtonen was gemeten als het aandeel allochtonen per gemeente, kan worden aangescherpt. Deze neerwaartse loondruk ontstaat louter als migranten zich vestigen in steden waar een sterk ontwikkelde dienstensector ontbreekt. Daarmee blijkt immigratie, ofwel mondialisering van arbeid, dezelfden te treffen als mondialisering van kapitaal: de lager opgeleiden in steden met een relatief sterk industrieel karakter, ofwel steden waar door internationale concurrentie veel banen voor laaggeschoolden verloren gaan.
- Author(s)
- Jeroen van der Waal
- Year of publication
- March, 2009
- Journal
- Sociologie
- Volume, Number
- 5, 1
- Pages
- 89-103
- Language
- Dutch