Rechtspositie van oproepkrachten (verder) versterkt?

Het conceptwetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans (‘Wab’) behelst vijf voorstellen die de rechtspositie van oproepkrachten beïnvloeden. Specifiek gaat het om de positie van werknemers met oproepovereenkomsten met uitgestelde prestatieplicht (‘mup’), waarbij ‘de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is vastgesteld’. Oproepovereenkomsten mup zijn te onderscheiden in zogenoemde ‘nulurencontracten’ en ‘min-maxcontracten’. Beide varianten geven oproepkrachten weinig tot geen inkomenszekerheid. Bij de Wet Flexibiliteit en Zekerheid (Wfz) werden daarom al maatregelen genomen om hun (inkomens) positie te versterken. Zo kwam er een rechtsvermoeden van de arbeidsomvang (art. 7:610b BW) en werd een minimale looncompensatie (art. 7:628a lid 1 BW) toegekend aan werknemers met een niet of niet eenduidig vastgelegde arbeidsomvang of ‘met een arbeidsomvang van minder dan vijftien uur per week, waarbij de tijdstippen voor het verrichten van arbeid niet vooraf zijn vastgelegd’. Het kabinet stelt zich de vraag of dit alles voldoende effect heeft gehad. Als contra-indicatie mag gelden dat de oproepformule onverminderd populair is onder werkgevers.


Details

Author(s) E.W. de Groot, M.S. Houwerzijl
Language Dutch
Year of publication Jul, 2018
Journal Tijdschrift Recht en Arbeid (TRA)
Volume, Number 2018, 74
Page(s) 24-25
Website / Document Visit

Zoek publicaties

en

of