Jong en werkloos: lid van een verloren generatie?

De Nederlandse arbeidsmarkt verkeert in een lange periode van economische achteruitgang. Vele bedrijven moeten hun deuren sluiten en de risico's van werkloosheid lopen op. Toch zijn de risico's op de arbeidsmarkt niet gelijk verdeeld. Met name (laagopgeleide) jongeren zijn meer dan gemiddeld inactief. Net als in de crisis van de jaren tachtig dringt zich de vraag op of we te maken hebben met een verloren generatie. Op basis van 35 diepte-interviews met werkloze jongeren kan worden geconcludeerd dat er verschillende typen jeugdwerklozen zijn en dat zij zich vooralsnog zeker niet als lid van een ‘verloren generatie’ beschouwen. Onze arbeidsmarkt is in de laatste tien jaar in snel tempo geflexibiliseerd. CBS-statistieken tonen aan dat het percentage werkenden met een vaste arbeidsrelatie is afgenomen van 76 tot 69% in de periode 2001-2012. De toename van het aandeel flexwerkers doet zich in het bijzonder voor bij zelfstandigen zonder personeel en werkenden met tijdelijke arbeidscontracten (met uitzicht op een vaste dienstbetrekking). Wat hierbij opvalt, is dat de kans om op basis van een flexibele arbeidsverbintenis te werken aanzienlijk verschilt tussen groepen. Het zijn met name jongeren, vrouwen en laagopgeleiden die flexibel werken, hoewel ook specifieke hoogopgeleide beroepsgroepen (zoals in de branches wetgeving en wetenschap) in toenemende mate flexibel werken.


Details

Author(s) F. Dekker
Language Dutch
Year of publication Oct, 2014
Journal Tijdschrift voor Arbeidsvraagstukken
Volume, Number 30, 2
Page(s) 120-137
Website / Document Visit

Zoek publicaties

en

of